In de collectie.
Van de Leopard 1 familie heeft ons museum geen voertuigen in de collectie. De Leopard 1V gevechtstank die als poortwachter bij de ingang van het museumpark stond, is in 2014 overgedragen aan het Nationaal Militair Museum en doet ook daar dienst als poortwachter. Klik op de afbeelding hier boven. In ons museumpark is zijn plaats ingenomen door een Sherman VC Firefly.
Wel hebben wij objecten die aan de Leopard 1 gerelateerd zijn in onze collectie. U kunt hierover lezen door op het onderwerp te klikken. Daaronder vindt u de geschiedenis van de Leopard 1-voertuigen zelf.
Krachtbron.
Instructietoren.
Instructiewand torenbediening.
Instructiewand waadpneumatiek.
Geschiedenis Leopard 1-voertuigen
Ontwikkeling Leopard tanks.
Toen in 1955 in Duitsland de Bundeswehr werd opgericht, ontvingen zij voor hun pantsereenheden Amerikaanse tanks: M47 en later M48 Patton middelzware tanks, M24 Chaffee lichte tanks en M36 Jackson tankjagers. Ook kreeg Duitsland toestemming om een eigen tank te ontwikkelen die beter bij hun wijze van optreden pastte.
Eind 1956 werd met de ontwikkeling begonnen van wat men toen de
Frankrijk, waar het AMX 50 zware tankproject een flop was geworden, sloot zich hierbij aan. Ze zouden de
Drie teams van de Duitse industrie en een Frans team van het Atelier de Construction
Tijdens de ontwikkeling werd besloten om de tank uit te rusten met het
Met dit kanon moest de tank “uit de dekking springen”, heel snel tijdens een korte halt een treffer plaatsen waarmee een vijandelijke tank zou zijn uitgeschakeld en dan weer snel achteruit in dekking gaan zodat hij zo kort mogelijk blootgesteld zou zijn aan vijandelijk vuur. Snelheid was zijn bescherming. Daarom moest de tank op hoge snelheid achteruit kunnen rijden.
Bijzonderheid van de Leopard 1 tank was ook, dat hij tot een diepte van vier meter onder water kon rijden. Daartoe werd de motorruimte met kleppen waterdicht afgesloten en een soort fietsband rond de torenkrans opgepompt ter afdichting. Op het commandantsluik werd een schacht geplaatst waardoor de motor lucht kon aanzuigen.
Na technische beproevingen en het bouwen van een voorserie, die uitgebreid door troepen werd beproefd en waaruit nog diverse aanpassingen volgden, werd in 1963 voor de bouw van een eerste serie van 1.500 stuks voor de Bundeswehr,
Deze fabriek, die onder andere locomotieven bouwde, had tijdens de Tweede Wereldoorlog het halfrupsvoertuig Mittlere Zugkraftwagen 8 Tonnen, Sonderkraftfahrzeug 7
Productie gevechtstanks Leopard.
In navolging van de Duitse tanks in de Tweede Wereldoorlog, kreeg ook deze
Krauss-Maffei was als hoofdaannemer verantwoordelijk voor de ontwikkeling en coördinatie van de serieproductie van de componenten en de assemblage van de tanks. De firma Wegmann & Co. in Kassel was verantwoordleijk voor de bouw van de torens die bij Krauss-Maffei op de voertuigen werden geïntegreerd. Voor de serieproductie, die in 1965 begon, liet Krauss-Maffei in
Op
Naam Leopard 1.
Omdat men bij de ontwikkeling van de Leopard prioriteit had gegeven aan snelheid, kende hij tekortkomingen in de bepantsering. Ook was het kanon niet gestabiliseerd en waren er andere verbeterpunten. Duitsland had in 1963 met Amerika een overeenkomst getekend om samen de
Na het stoppen van het
Afgeleide voertuigen.
Zoals bij gevechtstanks gebruikelijk is, werden op de onderstellen van de Leopard 1 ook afgeleide versies gebouwd. Nederland heeft alle afgeleide voertuigen in gebruik gehad:
Bergingsvoertuig.
Een voertuig met een
Genietank.
Identiek aan het bergingsvoertuig maar met een hydraulische grondboor van 70 cm op het achterdek die aan het uiteinde van de kraanarm kan worden bevestigd en worden aangesloten op het hydraulischsysteem. Daartoe is een ladder op de kraanarm aangebracht. Het hydraulisch systeem is zwaarder uitegvoerd en van een oliekoeler voorzien. Het dozerblad is hoger dan van het bergingsvoertuig en kan worden verbreed tot 3,75 m, 0,5 m breder dan de tank, zodat beter gedozerd kan worden. Aan het blad kunnen wroetertanden worden aangebracht: vier met een wroeterdiepte van 5 cm of twee van 40 cm. De tank is bedoeld voor het ruimen van hindernissen en het uitvoeren van vernielingen.
Brugleggend voertuig.
Dit voertuig is in de basis alleen de romp van een gevechtstank met het steunblad van het bergingsvoertuig. Het vervoert op de romp twee op elkaar liggende brughelften die met een steunarm en een legarm kunnen worden uitgeschoven en in elkaar worden gehaakt en neergelegd. De brugdelen hebben een lengte van elf meter elk. De brug kan 20 meter overspannen, is 4 meter breed en heeft een brugklasse van MLC 60, dus voor voertuigen van maximaal ongeveer 54 ton.
Luchtafweergeschut. (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen, PRTL)
Op een Leopard 1 onderstel dat tussen het 3e en 4e loopwiel 8 cm is verlengd, is een toren geplaatst met aan weerszijden een Oerlikon
Productie afgeleide voertuigen.
Van de afgeleide versies zijn er in totaal meer dan 1.700 gebouwd. Daarvan zijn door Krauss-Maffei in München 475 stuks luchtafweergeschut in de Duitse uitvoering en 95 stuks in de Nederlandse uitvoering gebouwd. De bergingsvoertuigen, genietanks en brugleggende voertuigen zijn door Maschinenbau Kiel (MaK, later
Leopard 1 BARV.
Vier Leopard 1 tanks hebben een bijzondere functie gekregen. Eind 1980’er, begin 1990’er jaren heeft het Instandhoudingsbedrijf Landsystemen (IBL, voormalige Tankwerkplaats) in Leusden, in samenwerking met het Marine Bedrijf (MaBe) in Den Helder, vier Leopard 1 gevechtstanks omgebouwd tot Beach Armored Recovery Vehicle (BARV) voor het Korps Mariniers. De koepels werden verwijderd en op die plaats werd een verhoogde waterdichte cabine gebouwd met ramen van pantserglas. De romp werd geheel waterdicht gemaakt. De openingen voor de koel- en de uitlaatlucht werden in een soort schoorsteen op het achterdek ondergebracht. Verbrandingslucht zuigt hij aan via een schoorsteen tegen de achterzijde van de cabine. Aan de voorzijde werd een over gedimensioneerde “bumper” aangebracht. De taak van deze voertuigen is om bij landingen vanuit zee, voertuigen los te duwen die vast komen te zitten in het water of op het strand. En ook om de landingsvaartuigen los te duwen die zich hebben vast gevaren. De voertuigen kunnen geheel onder water werken met alleen de luchtopeningen in de schoorstenen nog boven water.
Gebruik door Nederland.
Nederland schafte in 1968 de Leopard aan. Van 1969 tot 1971 werden er 468 gevechtstanks ontvangen. Ook werden er afgeleide versies aangeschaft: 52 bergingsvoertuigen, 25 genietanks, 25 brugleggende voertuigen en 95 PRTL’s. Eind 1970’er jaren begon men met de Nederlandse industrie aan een moderniseringsprogramma van de gevechtstanks, waarbij onder andere het kanon werd gestabiliseerd, vuurleidings- en waarnemingssystemen werden verbeterd en een zogenaamd “afstandspantser” rond de toren en het kanonschild werd aangebracht. De gemoderniseerde tanks werden
Technische gegevens:
Menu Rupsvoertuigen Niet In Collectie














Inzien.
Downloaden.