vlag shcrtt TD kraagspiegel

Stichting Historische Collectie Regiment Technische Troepen

Datum vandaag:

SHCRTT

Leopard 1 gevechtstank 1985

In de collectie.

Van de Leopard 1 familie heeft ons museum geen voertuigen in de collectie. De Leopard 1V gevechtstank die als poortwachter bij de ingang van het museumpark stond, is in 2014 overgedragen aan het Nationaal Militair Museum en doet ook daar dienst als poortwachter. Klik op de afbeelding hier boven. In ons museumpark is zijn plaats ingenomen door een Sherman VC Firefly.

Wel hebben wij objecten die aan de Leopard 1 gerelateerd zijn in onze collectie. U kunt hierover lezen door op het onderwerp te klikken. Daaronder vindt u de geschiedenis van de Leopard 1-voertuigen zelf.

Krachtbron.

Instructietoren.

Instructiewand torenbediening.

Instructiewand waadpneumatiek.

Geschiedenis Leopard 1-voertuigen

Ontwikkeling Leopard tanks.

Toen in 1955 in Duitsland de Bundeswehr werd opgericht, ontvingen zij voor hun pantsereenheden Amerikaanse tanks: M47 en later M48 Patton middelzware tanks, M24 Chaffee lichte tanks en M36 Jackson tankjagers. Ook kreeg Duitsland toestemming om een eigen tank te ontwikkelen die beter bij hun wijze van optreden pastte.

Eind 1956 werd met de ontwikkeling begonnen van wat men toen de Standard-Panzer noemde. Tegen de munitie met holle lading die in die tijd in ontwikkeling was, zou voor bescherming van de tank toen al veertig centimeter pantserstaal nodig zijn en dat zou alleen maar meer worden. Dat zou een gewicht opleveren dat niet meer te verplaatsen was. Daarom koos men voor snelheid, beweeglijkheid en hoge vuurkracht zodat snel een treffer geplaatst kon worden en de tank maar kort aan vijandelijk vuur zou zijn blootgesteld. Pantsering werd ondergeschikt. Het gewicht zou rond de dertig ton moeten uitkomen en voor die hoge snelheid moest de motor dertig pk per ton kunnen leveren. Gedacht werd aan turbine aandrijving.

Frankrijk, waar het AMX 50 zware tankproject een flop was geworden, sloot zich hierbij aan. Ze zouden de "Europa Tank" ontwikkelen. Ook Italië had belangstelling om mee te doen, maar deed uiteindelijk alleen mee als waarnemer. Zij zouden later de Leopard wel in licentie bouwen.

Leopard 1 prototype 1B

Standard-Panzer prototype 1B.

Drie teams van de Duitse industrie en een Frans team van het Atelier de Construction d'Issy-les-Moulineaux (AMX) zouden ieder twee prototypes bouwen. Borgward ging in 1961 in surseance van betaling. Daardoor viel één Duits team uit en in 1963 trok Frankrijk zich terug. De reden zou zijn dat te veel van de oorspronkelijke specificaties werd afgeweken. Zo was bijvoorbeeld de turbine aandrijving al niet meer in beeld. Het is niet verwonderlijk dat de AMX 30, die zij zelf uiteindelijk produceerden en overigens ook geen turbine had, veel overeenkwam met de Standard-Panzer.

Tijdens de ontwikkeling werd besloten om de tank uit te rusten met het L7 105 mm kanon van de Centurion tank. Dat had zich intussen bewezen en zou de NATO-standaard worden. Om daarmee voldoende declinatie te bereiken in de platte koepel van de Standard-Panzer, moest de kulas worden afgeschuind. Daardoor kreeg dit kanon de typeaanduiding L7A3.

Met dit kanon moest de tank “uit de dekking springen”, heel snel tijdens een korte halt een treffer plaatsen waarmee een vijandelijke tank zou zijn uitgeschakeld en dan weer snel achteruit in dekking gaan zodat hij zo kort mogelijk blootgesteld zou zijn aan vijandelijk vuur. Snelheid was zijn bescherming. Daarom moest de tank op hoge snelheid achteruit kunnen rijden.

Bijzonderheid van de Leopard 1 tank was ook, dat hij tot een diepte van vier meter onder water kon rijden. Daartoe werd de motorruimte met kleppen waterdicht afgesloten en een soort fietsband rond de torenkrans opgepompt ter afdichting. Op het commandantsluik werd een schacht geplaatst waardoor de motor lucht kon aanzuigen.

VK601 Prototype Panzerkampfwagen 1 Krauss Maffei

VK 601 Prototype PzKfw I Ausf C.

Sonderkraftfahrzeug 7 Mittlerer Zugkraftwagen

Sd.Kfz. 7 in museum Overloon.

Na technische beproevingen en het bouwen van een voorserie, die uitgebreid door troepen werd beproefd en waaruit nog diverse aanpassingen volgden, werd in 1963 voor de bouw van een eerste serie van 1.500 stuks voor de Bundeswehr, Krauss-Maffei AG in München aangesteld als Generalunternehmer (hoofdaannemer).

Deze fabriek, die onder andere locomotieven bouwde, had tijdens de Tweede Wereldoorlog het halfrupsvoertuig Mittlere Zugkraftwagen 8 Tonnen, Sonderkraftfahrzeug 7 (Sd.Kfz. 7) ontwikkeld en gebouwd. Daarmee werd onder andere de beruchte 8,8-cm-Flak werd getrokken. Ook hebben zij prototypes voor de Panzerkampfwagen I Ausführung C gebouwd. Deze hebben het voorseriestadium bereikt maar zijn niet in productie genomen.

Gevechtstank Leoprd 1

Gevechtstank Leopard 1 in 1972.

Gevechtstank Leoprd 1V in 1982

Gevechtstank Leopard 1 Verbeterd in 1985.
Herkenbaar aan extra pantser op de toren.

Productie gevechtstanks Leopard.

In navolging van de Duitse tanks in de Tweede Wereldoorlog, kreeg ook deze Standard-Panzer toen hij in productie ging de naam van een katachtige: Leopard (luipaard).

Leopard 1 tank met diepwaadschacht

Onder water rijden tot 4 m diep.

Krauss-Maffei was als hoofdaannemer verantwoordelijk voor de ontwikkeling en coördinatie van de serieproductie van de componenten en de assemblage van de tanks. De firma Wegmann & Co. in Kassel was verantwoordleijk voor de bouw van de torens die bij Krauss-Maffei op de voertuigen werden geïntegreerd. Voor de serieproductie, die in 1965 begon, liet Krauss-Maffei in München-Allach een nieuwe productiehal bouwen.

Op 9 september 1965 werd de eerste Leopard tank aan de Bundeswehr geleverd. Tot 1980 zou Krauss-Maffei er 3.841 produceren. Daarbij kwamen nog 720 stuks die in licentie door Oto Melara in Italië werden gebouwd. Met de tanks die later geproduceerd zijn voor Griekenland en Turkije, waar MaK in Kiel er ook een aantal van heeft gebouwd, komt het totaal uit op boven de 4.700 stuks.

Naam Leopard 1.

Omdat men bij de ontwikkeling van de Leopard prioriteit had gegeven aan snelheid, kende hij tekortkomingen in de bepantsering. Ook was het kanon niet gestabiliseerd en waren er andere verbeterpunten. Duitsland had in 1963 met Amerika een overeenkomst getekend om samen de “Main Battle Tank 70” (MBT 70) te ontwikkelen. die voor Duitsland de M47 en M48 en voor Amerika de M60 moest aflossen. Daarbij was overeengekomen dat de landen daarnaast geen eigen tanks zouden ontwikkelen. Verbeteringen aan de Leopard moesten dus aan die Leopard zelf worden gedaan. Maar omdat men voorzag dat het MBT 70 project om budgettaire redenen zou stoppen, kreeg de industrie de opdracht om componenten te ontwikkelen die ter verbetering van de Leopard konden worden gebruikt, maar waarmee ook een nieuwe tank kon worden ontwikkeld. Toen het MBT 70 project in 1969 inderdaad stopte, kreeg de industrie de opdracht om een geheel verbeterde Leopard te ontwikkelen die de naam Leopard 2 zou krijgen. De bestaande Leopard werd vanaf dat moment Leopard 1 genoemd. Zo was het destijds ook gegaan met de Tiger 1 en 2.

Na het stoppen van het MBT 70 project, namen zowel Duitsland als Amerika delen uit dat project over voor hun eigen nieuwe tank. Dat verklaart waarom de M1 Abrahams zoveel gelijkenis vertoont met de Leopard 2.

Afgeleide voertuigen.

Zoals bij gevechtstanks gebruikelijk is, werden op de onderstellen van de Leopard 1 ook afgeleide versies gebouwd. Nederland heeft alle afgeleide voertuigen in gebruik gehad:

Bergingsvoertuig.
Een voertuig met een 35-tons lier met 90 meter kabel en een 20-tons kraan voor het bergen van tanks en hijsen van lasten. Deze is voorzien van een steunblad dat ook beperkt voor dozeren kan worden gebruikt. Op het achterdek kan een reserve krachtbron worden meegevoerd.

Genietank.
Identiek aan het bergingsvoertuig maar met een hydraulische grondboor van 70 cm op het achterdek die aan het uiteinde van de kraanarm kan worden bevestigd en worden aangesloten op het hydraulischsysteem. Daartoe is een ladder op de kraanarm aangebracht. Het hydraulisch systeem is zwaarder uitegvoerd en van een oliekoeler voorzien. Het dozerblad is hoger dan van het bergingsvoertuig en kan worden verbreed tot 3,75 m, 0,5 m breder dan de tank, zodat beter gedozerd kan worden. Aan het blad kunnen wroetertanden worden aangebracht: vier met een wroeterdiepte van 5 cm of twee van 40 cm. De tank is bedoeld voor het ruimen van hindernissen en het uitvoeren van vernielingen.

Brugleggend voertuig.
Dit voertuig is in de basis alleen de romp van een gevechtstank met het steunblad van het bergingsvoertuig. Het vervoert op de romp twee op elkaar liggende brughelften die met een steunarm en een legarm kunnen worden uitgeschoven en in elkaar worden gehaakt en neergelegd. De brugdelen hebben een lengte van elf meter elk. De brug kan 20 meter overspannen, is 4  meter breed en heeft een brugklasse van MLC 60, dus voor voertuigen van maximaal ongeveer 54 ton.

Luchtafweergeschut. (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen, PRTL)
Op een Leopard 1 onderstel dat tussen het 3e en 4e loopwiel 8 cm is verlengd, is een toren geplaatst met aan weerszijden een Oerlikon 35 mm snelvuurkanon. Achter op de toren is een opklapbare zoekradar aangebracht en aan de voorzijde een ter bescherming wegdraaibare volgradar. Deze stuurt de toren en de kanonnen op het doel zodra door de zoekradar een vliegtuig is ontdekt en als vijand is gedetecteerd en de bemanning het vuren heeft vrijgegeven. De Nederlandse PRTL (Cheetah) heeft radarapparatuur van Hollandse Signaalapparaten (HSA), de Duitse (Gepard) van Siemens. Links naast de chauffeur is een Mercedes OM 314 dieselmotor van 90 pk aangebracht die een generator aandrijft voor de stroomverzorging van de toren met nauwkeurig afgeregelde spanningen voor de elektronica. De PRTL kan tot op ongeveer 4 km afstand luchtdoelen bestrijden. In de oorlog in Oekraïne blijkt hij een effectief wapen tegen drones.

Bergingstank Leopard 1

Bergingsvoertuig

Genietank Leopard 1

Genietankbeproeving GOC Vught 1975
Materieel Beproevings Afdeling 2.

Bruglegger Leopard 1

Brugleggend voertuig

Luchtafweertank Leopard 1

PRTL vergelijkstest schokbrekers
Schietterein Botgat 1976, MBA 1 en MBA 2.

Productie afgeleide voertuigen.

Van de afgeleide versies zijn er in totaal meer dan 1.700 gebouwd. Daarvan zijn door Krauss-Maffei in München 475 stuks luchtafweergeschut in de Duitse uitvoering en 95 stuks in de Nederlandse uitvoering gebouwd. De bergingsvoertuigen, genietanks en brugleggende voertuigen zijn door Maschinenbau Kiel (MaK, later Krupp MaK Maschinenbau GmbH) in Kiel gebouwd.

Leopard 1 BARV.

Leopard 1 Beach Armored Recovery Vehicle

Leopard 1 BARV van Korps Mariniers
(Beach Armored Recovery Vehicle).

Leopard 1 Genietank draait grondboor leeg

Leopard 1 Genietank draait grondboor leeg.

Vier Leopard 1 tanks hebben een bijzondere functie gekregen. Eind 1980’er, begin 1990’er jaren heeft het Instandhoudingsbedrijf Landsystemen (IBL, voormalige Tankwerkplaats) in Leusden, in samenwerking met het Marine Bedrijf (MaBe) in Den Helder, vier Leopard 1 gevechtstanks omgebouwd tot Beach Armored Recovery Vehicle (BARV) voor het Korps Mariniers. De koepels werden verwijderd en op die plaats werd een verhoogde waterdichte cabine gebouwd met ramen van pantserglas. De romp werd geheel waterdicht gemaakt. De openingen voor de koel- en de uitlaatlucht werden in een soort schoorsteen op het achterdek ondergebracht. Verbrandingslucht zuigt hij aan via een schoorsteen tegen de achterzijde van de cabine. Aan de voorzijde werd een over gedimensioneerde “bumper” aangebracht. De taak van deze voertuigen is om bij landingen vanuit zee, voertuigen los te duwen die vast komen te zitten in het water of op het strand. En ook om de landingsvaartuigen los te duwen die zich hebben vast gevaren. De voertuigen kunnen geheel onder water werken met alleen de luchtopeningen in de schoorstenen nog boven water.

Gebruik door Nederland.

Nederland schafte in 1968 de Leopard aan. Van 1969 tot 1971 werden er 468 gevechtstanks ontvangen. Ook werden er afgeleide versies aangeschaft: 52 bergingsvoertuigen, 25 genietanks, 25 brugleggende voertuigen en 95 PRTL’s. Eind 1970’er jaren begon men met de Nederlandse industrie aan een moderniseringsprogramma van de gevechtstanks, waarbij onder andere het kanon werd gestabiliseerd, vuurleidings- en waarnemingssystemen werden verbeterd en een zogenaamd “afstandspantser” rond de toren en het kanonschild werd aangebracht. De gemoderniseerde tanks werden Leopard 1 Verbeterd (Leopard 1V) genoemd. Toen in 1984 de eerst 1V’s in gebruik genomen werden, bleken ze niet bruikbaar en het project mislukt te zijn. De V kwam toen te staan voor Verprutst. In 1989 heeft men door de Duitse industrie twee tanks op de Duitse Leopard 1A5 stand laten brengen om dit te ondervangen. Maar in dat jaar viel de Berlijnse Muur en waren tanks niet meer nodig. De afstoting begon. Er zijn heden, 2026, van de Leopard 1 alleen nog een aantal bergingsvoertuigen in gebruik bij de pantserinfanterie voor het bergen van pantserinfanterievoertuigen en het hijsen van zware lasten.



Technische gegevens:

Techniek icoonInzien.

PDF download icoonDownloaden.


Menu Rupsvoertuigen Niet In Collectie