Zoals de eerste Tiger tanks, kon ook de Leopard 1 tank onder water rijden. Russische tanks konden dat niet. De Russen gingen ervan uit dat hun Genie sneller een brug kon bouwen dan dat zij alle tanks moesten voorbereiden en dat de grote waterhindernissen toch meestal dieper zijn dan vier meter.
Bij het voorbereiden voor diepwaden, worden met een hydraulische installatie verschillende kleppen geopend en andere gesloten, waardoor de gevechts- en de motorruimte waterdicht zijn afgesloten en de motor zijn verbrandingslucht aanzuigt via de geopende torenluiken. Zouden die luiken dan met draaiende motor worden gesloten, zou de bemanning omkomen door de onderdruk die daardoor ontstaat. Voor de veiligheid is bij het commandantsluik een schakelaar aangebracht waarmee de motor stopt en niet gestart kan worden als dat luik gesloten is. Voordat een draaiende motor op die manier stilstaat, is de onderdruk al zover opgelopen dat de bemanning letsel zal oplopen. Door die onderdruk kan het luik ook niet meer geopend worden. Het enige dat dan helpt om letsel tegen te gaan, is direct een klem van een periscoop in een torenluik los te slaan waardoor het periscoopblok naar binnen gezogen wordt en er lucht kan binnenstromen.
Een balg, een soort grote fietsband rondom de torenkrans, vormt de afdichting tussen de toren en het onderstel. Voor het diepwaden moet deze worden opgepompt. Met opgepompte balg kan de toren niet worden gedraaid. Vóór het oppompen wordt de toren op elf uur gedraaid en het kanon maximaal geëleveerd, zodat in geval van nood de chauffeur via het gevechtscompartiment de tank kan verlaten.
Tijdens het waden moet doorlopend de druk van zowel het hydraulische- als het pneumatische systeem gecontroleerd worden en zo nodig worden bijgepompt. Ook moet steeds op binnendringend water worden gecontroleerd. Als het water boven de torsiestaven stijgt, moeten de lenspompen worden ingeschakeld om dit weg te pompen.
Zonder voorbereiding kan de Leopard 1 gevechtstank door water van 1,20 m diep rijden. Na voorbereiding met middelen uit de boorduitrusting kan hij door water van 2,25 m rijden. Het water komt dan tot aan de bovenrand van de toren en het achterdek is onderwater. Als er ook nog een lange diepwaadschacht op het commandantsluik wordt geplaatst, kan hij zelfs tot 4.00 m onder water rijden
Ook alle afgeleide voertuigen hebben een dergelijk diepwaadsysteem, maar dan zonder de torenband. Het luchtdoelgeschut PRTL, met de draaibare toren, heeft die wel en daar komen ook de afdichtingen van de radars en die tussen de 35 mm kanonnen en de toren bij. U ziet dat aangegeven op de foto van de instructiewand.
De hydraulische- en pneumatische diepwaadsystemen werden ook gebruikt bij het afspuiten van het voertuig of bij rijden in zeer drassig terrein.
Voor een overzicht van de diepwaadinstallatie van de gevechtstank, klik hier:
Overzicht Diepwaadinstallatie
Bundeswehr Leopard A3’s doorwaden Wezer. 1975.
Aan het waden op grotere diepte waren veiligheidsmaatregelen verbonden. Onder andere een duikteam van de Genie in een bootje op het water, een bergingsvoertuig met uitgebrachte lierkabel stand by op de oever en een arts met beademingsapparatuur aanwezig. Later moest de bemanning ook speciale onderwaterzuurstofapparatuur dragen. Bijgaand
Keer terug voor meer informatie over de Leopard 1 voertuigen en hun ontwikkeling, klik hier:
Terug naar Leopard 1 voertuigen







