Krachtbron.
Totaal zijn er van de
Alle uitvoeringen, zowel gevechtstank als afgeleide versies, kregen dezelfde krachtbron. Die bestaat uit een 830 pk sterke viertakt dieselmotor van MTU die met een elastische koppeling is verbonden met een semiautomatische (pre-select) versnellingsbak van ZF met vier versnellingen vooruit en twee achteruit.
Motor MB 838 CaM-500.
De motor is ontwikkeld door
De grootste motor die Maybach voor tanks in serie had gebouwd, was de 23 liter V12 benzinemotor HL230 met ongeveer 700 pk voor de Tiger 2 tank. Voor zijn gewicht van ruim 50 ton was dat wat krap bemeten. Voor de Standard-Panzer, die later de naam Leopard zou krijgen en waarvan de ontwikkeling begon in 1956, werd minimaal 20 pk per ton gewenst.
De motor is een 90o
Het is een Mehrstoff
Omdat de eerste motoren nog in de
De motor kenmerkt zich door zijn grote vermogen in verhouding tot een relatief klein gewicht en volume.
Versnellingsbak 4 HP 250.
De versnellingsbak is ontwikkeld en in serie gebouwd door Zahnradfabrik Friedrichshafen AG (ZF). Hierin is een hydrodynamische koppelomvormer met overbruggingskoppeling ondergebracht en een hydraulische koppeling voor aandrijving van de koelventilator. Ook vervult hij de functie van stuurdifferentieel.
Versnellingen.
Op het bedienpaneel (instructiemodel in onze collectie te zien) kan men met een voorkiesschakelaar (draaiknop) kiezen voor
Vanaf de Leopard 1A4, in 1974, werd volautomatische bediening standaard ingebouwd. Alleen de schakelkast was aangepast, de versnellingsbak zelf bleef gelijk. De Leopards 1 die Nederland vanaf 1974 ontving, hebben allemaal deze volautomaat. Dit betreft alle genietanks, brugleggende voertuigen en PRTL’s, en 21 bergingsvoertuigen die na 1974 ter aanvulling op de reeds 31 aanwezige werden aangeschaft.
Bediening.
Het systeem kent geen koppelingspedaal. De bak wordt aangedreven via de koppelomvormer. Met de halfautomaat in de stand VG wordt deze in de eerste, tweede en derde versnelling boven de 1.800 omw/min overbrugd door de overbruggingskoppeling (OK). In de vierde versnelling is hij altijd overbrugd. In de stand V is alleen in de eerste versnelling tot 1800 omw/min de OK open, daarboven en in de tweede tot en met de vierde versnelling is hij altijd gesloten. Alleen bij het naar rechts drukken van de versnellingshefboom is de OK kort geopend om het schakelen soepel te laten verlopen. Bij het tot stilstand brengen van de tank of blokkeren van de tracks in de stand V 2 t/m 4 of VG 4, zal de motor afslaan. Om dit te voorkomen moet versnellingshefboom naar rechts worden gedrukt en snel teruggeschakeld.
Bij de halfautomaat wordt met de voet op de rem in de stand V of VG de eerste versnelling ingeschakeld. Met de rem los en bij voldoende gas geven, zal de tank vooruitrijden. Bij 2.200 omw/min wordt de volgende versnelling gekozen door de versnellingshefboom naar rechts en naar voren te bewegen, steeds maar één versnelling tegelijk. Zo kan tot in de vierde versnelling geschakeld worden. Terugschakelen is pas mogelijk als het toerental tot 1.400 omw/min of lager is gezakt. Daarbij wordt de versnellingshefboom naar rechts en naar achteren gedrukt en gas gegeven tot 2.200 omw/min en dan losgelaten.
Achteruitrijden functioneert op dezelfde wijze waarbij de overbruggingskoppeling inschakelt bij 1.800 Omw/min. De derde en vierde versnelling zijn dan geblokkeerd.
Bij de volautomaat kan met een keuzehefboom gekozen worden voor wenden, achteruit, neutraal en vooruit. De motor kan alleen starten in neutraal. Met de versnellingshefboom kan men kiezen voor 1 of 2, waarbij de tank wegrijdt in die versnelling en daarin blijft. In 3 of 4 zal de tank wegrijden in de tweede versnelling en automatisch op- en terugschakelen tot respectievelijk de derde of vierde versnelling en weer terug naar twee. Hij schakelt uitsluitend terug in de eerste versnelling als de versnellingshefboom in die stand geplaatst wordt. In de eerste tot en met de derde versnelling schakelt de OK in, afhankelijk van motortoerental en rijsnelheid. In de vierde versnelling is de OK altijd ingeschakeld. Bij plotseling stoppen zal de automaat terugschakelen waardoor de OK weer zal openen en de motor niet afslaat.
Vooruitrijdend kan de tank 65 km/h halen, achteruit 25 km/h.
Stuurinrichting.
De tank wordt gestuurd met een stuurhendel dat ongeveer een kwartslag links en rechts kan worden gedraaid. Dus niet met hefbomen zoals gebruikelijk was. De versnellingsbak werkt met planetaire tandwielsets. Door het stuur te draaien zal een deel van een planetaire set remmen waardoor de ene uitgaande as sneller zal worden aangedreven dan de andere, maar beide kanten wel evenveel kracht houden. Er gaat dus geen vermogen verloren door afremmen van een rupsband.
Met het eerste deel van de stuuruitslag kan een bocht worden gereden met variabele straal. Bij doordraaien van het stuur, zal een bocht met een kleinere vaste straal gereden worden. De grootte van de bocht, zowel variabel als vast, is afhankelijk van de gekozen versnelling. Hoe lager de versnelling, hoe kleiner de bocht.
Zolang het stuur niet wordt gedraaid, zorgen stabilisatiekoppelingen ervoor dat beide zijden even snel worden aangedreven, als ware het een vaste as of volledig gesperd differentieel. Bij het draaien van het stuur worden deze koppelingen gelost.
In de stand W kan door het stuur te draaien, op de plaats gedraaid worden. Eén rupsband zal vooruitdraaien, de andere achteruit, afhankelijk van de richting waarin het stuur gedraaid wordt. Er hoeft hiervoor geen versnelling te worden gekozen. Vandaar dat dit ook wel “neutraal wenden” genoemd wordt.
Krachtbron.
Motor en versnellingsbak zijn tot krachtbron samengebouwd. Daartoe behoren ook de radiateurs, koelvloeistoftank, luchttunnel, koelventilator en slangen en leidingen van het koelsysteem, brandstofsysteem, remsysteem en de elektrische kabels. De koellucht wordt aangezogen door de afdekking van de motorruimte en via de radiateurs in een mengkamer gemengd met de uitlaatgassen en uitgeblazen door de uitlaatroosters in zijkanten van de romp. Hierdoor koelen de uitlaatgassen wat het infraroodprofiel van de tank verkleind.
Met een hefboom op de rechter zijwand van het gevechtscompartiment kan de verbinding tussen motor en versnellingsbak worden onderbroken zodat bij een extreem koude start de versnellingsbak niet wordt meegenomen. Ook kan men bij storing in de schakelautomaat hiermee de tweede versnelling inschakelen waarbij de overbruggingskoppeling altijd openblijft. Zo kan men voor nood de motor starten en de tank wegrijden.
Een krachtbron gevuld met bedrijfsstoffen, weegt 4.720 kg.
De krachtbron is op vier punten op de bodem van de tank bevestigd en alle verbindingen van leidingen, kabels en de uitlaten zijn uitgevoerd als snelkoppelingen. Een goed ingespeeld team kan met behulp van een bergingsvoertuig in ongeveer een half uur de krachtbron uit de tank hebben. Voor vrijwel alle onderhoudwerkzaamheden werd de krachtbron uitgebouwd.
Omdat het koelsysteem één geheel vormt met de krachtbron, kon deze na onderhoud ook buiten het voertuig proefdraaien. Hij werd dan met een set kabels op het voertuig aangesloten. Zie hiervoor het diorama elders in de expositie.
Het Leopard 1 bergingsvoertuig kan een reservekrachtbron meevoeren op zijn achterdek. Binnen een paar uur kan een uitgevallen tank weer op pad met een nieuwe krachtbron.
Hieronder een ingebouwde krachtbron. Vooraan de motor tussen de brandstoftanks met links (op de foto) de koelvloeistoftank. Daarachter de versnellingsbak met erbovenop de luchttunnel met ventilator en links en rechts de radiateurs tegen de mengkamers waar ook de uitlaten in uitblazen.
Voor een overzicht van de componenten op de krachtbron, klik hier:
Componenten op de krachtbron.Gebruik door Nederland.
Nederland schafte in 1968 de Leopard gevechtstanks aan. Daarna volgden de afgeleide versies. Toen in 1989 de Berlijnse Muur viel, begon de afstoting. Er zijn heden, 2026, van de Leopard 1 alleen nog een aantal bergingsvoertuigen in gebruik bij de pantserinfanterie voor het bergen van pantserinfanterievoertuigen en het hijsen van zware lasten.
Terug naar de informatie over de Leopard 1 voertuigen. Klik hier:
Leopard 1 voertuigen
Of zie meer tankmotoren. Klik hier:
Menu Tankmotoren

















Inzien.
Downloaden.