vlag shcrtt TD kraagspiegel

Stichting Historische Collectie Regiment Technische Troepen

Datum vandaag:

SHCRTT

Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.

AMX 13 lichte tank 105 mm

AMX 13 lichte tank van 103 Verkenningsbataljon.


Voertuigen niet in de collectie.

Van de AMX-familie heeft onze stichting geen voertuigen in de collectie. Wel kunt u daarvan componenten bezichtigen. In de rij met tankmotoren vindt u ook een AMX-motor en in de geschutshoek kunt u zelf een schietbuis van de AMX 13 lichte tank aan de binnenzijde inspecteren. De informatie daarover kunt u ook hier lezen:

AMX-motor


AMX-Schietbuis 105  mm


Of u leest eerst hieronder verder over de ontwikkeling van de voertuigen

Ontwikkeling

De ontwikkeling van de AMX startte direct na de Tweede Wereldoorlog. Frankrijk bezat veel koloniën, onder andere Indochina, Madagaskar en Algerije. Die moesten worden beschermd en binnenlandse onlusten moesten worden bedwongen. Daarvoor wilden zij beschikken over snel inzetbare landmachteenheden die per transportvliegtuig konden worden ingevlogen. Hieruit ontstond het plan voor de ontwikkeling van een zelfrijdend antitankkanon dat met transporttoestellen als de Breguet Deux-Ponts en de NC211 Cormorant vervoerd kon worden.

AMX 13 lichte tank prototype nr 2 in Aberdeen Proving Ground 1950

Atelier de Construction d'Issy-les-Moulineaux
Lassen van bodemplaten voor de AMX

Het Atelier d’Issy-les-Moulineaux kreeg opdracht om dit zelfrijdend kanon te ontwikkelen. Het moest binnen de contouren van die vliegtuigen passen en niet meer wegen dan twaalf ton. Naar de afkorting van deze ontwikkelingswerkplaats en het gewicht van het voertuig, werd dit project AMX 2 genoemd.

Net als Amerika had ook Frankrijk na de oorlog wetenschappers en ingenieurs uit Duitsland laten overkomen. De meesten werden ondergebracht in een kamp bij Vernon, dat onder andere het Arianeproject opleverde. Ingenieurs die het 75 mm kanon van de Duitse Panther tank hadden ontworpen, kregen opdracht om een kanon te ontwerpen dat krachtig genoeg was voor de anti-tanktaak en zou kunnen worden gebruikt op een licht pantservoertuig. Het is niet verwonderlijk dat het 75 mm kanon dat zij ontwierpen, op een ingekort Panther kanon leek.

AMX 13 lichte tank prototype nr 2 in Aberdeen Proving Ground 1950

AMX 13 prototype nr 2
Aberdeen Proving Grounds 1950

Fives Lille in Givors, dat al eerder torens had ontwikkeld voor onder andere Panhard pantserwielvoertuigen, moest voor dit kanon een toren ontwerpen. Dat werd de FL10 met een vast ondergedeelte en een daarop scharnierend bovengedeelte met het kanon en een automatische lader. Een zogenaamde oscillerende toren.

Zoals gebruikelijk bij pantservoertuigen, had men problemen om binnen het gewicht te blijven. Het ontwikkelen duurde zolang dat de bedoelde vliegtuigen inmiddels uit de productie waren. Ook stelde men vast dat er nooit voldoende financiële middelen zouden zijn voor zo’n luchtmobiel leger. Men besloot dit ontwerp om te bouwen naar lichte tank. Een ontwikkelingsproject daarvoor had nog steeds niets opgeleverd.

De gewichtslimiet werd verhoogd naar 13 ton en na wat aanpassingen, waren er in 1950 twaalf prototypen gereed, die nu AMX 13 genoemd werden. Om van Amerika financiering te krijgen voor de serieproductie, moest het ontwerp daar goedgekeurd worden. Daarom werd van 26 oktober tot 11 december 1950 op de Aberdeen Proving Ground in Maryland, USA, het prototype nummer 2 beproefd. Zij hadden wel een lijst met technische tekortkomingen die voor aanvang van een grotere serieproductie verholpen moesten worden, maar het project werd goedgekeurd en financiering werd toegezegd.

Productie.

Eén van de voorwaarden voor de financiering was dat op zeer korte termijn met de productie zou worden begonnen. Daarom moest de in 1950 geplaatste order van 135 stuks ten behoeve van troepenbeproeving, de “Serie 1 tanks”, vrijwel onmiddellijk in productie gaan. Uitwerken van modificaties deed men tijdens de productie, waardoor steeds reeds geproduceerde voertuigen weer op de nieuwste stand moesten worden gebracht. De productie ging daardoor erg traag.

Pas in 1955 kon er in grotere aantallen geproduceerd worden. Dat werden de “Serie 2 tanks”. De modificaties die toen nog in de serieproductie invloeiden, werden in series van voertuigen gebundeld. Die series noemde men naar de modificatiestand 2a, 2b, 2c en 2d, waarbij 2d dus de modernste meest complete stand was.

De productie liep op meerdere lijnen. Het Atelier de Construction Roanne, (ARE), Batignolles-Chatillôn (BC), Forges et Chantiers de la Méditeranée (FCM) in La Seyne en Schneider in Chalon-sur-Saône, (de laatste is bekend als Société des Forges et Ateliers du Creusot, SFAC), produceerden complete onderstellen. Het kanon werd gemaakt door Atelier de Bourges (ABS) en de torens werden onder licentie van Fives-Lille gebouwd door Batignolles en Schneider.

Lassen van rompen voor AMX-infanterievoertuigen bij Schneider in Chalon sur Saone

Schneider in Chalon sur Saône
Serieproductie AMX-infanterievtgn

Afgeleide voertuigen.

In 1955 ontwikkelde het ARE op basis van het 2d chassis een voertuig voor vervoer van een infanteriegroep van elf man. Dit was voorzien van een CAFL 38 torentje van de Compagnie des Ateliers et Forges de la Loire met daarin een 7,5 mm mitrailleur. Dit voertuig zouden wij later leren kennen als AMX Pantser Rups Infanterie (PRI). In 1957 werden de eerste serievoertuigen geproduceerd in Issy-les-Moulineaux. Later ging de productie ook over naar de andere bedrijven.

Van dit infanterievoertuig zijn daarna verschillende andere uitvoeringen gemaakt, zoals de gewondentransporter, vrachtvoertuig, mortiervoertuig, genievoertuig enzovoort. SFAC heeft de AMX-voertuigen tot in de 1980’er jaren geproduceerd, waarbij moderniseringen werden doorgevoerd in bewapening en motorisering. Er zijn er in totaal circa 7.700 geproduceerd.

Op basis van het 2d chassis werden ook afgeleide voertuigen met andere rompvormen ontwikkeld, zoals de 105 en 115 mm zelfrijdende houwitsers, het bergingsvoertuig en dergelijke. Al deze afgeleide versies waren een enorm exportsucces. Nederland heeft niet alle uitvoeringen in gebruik gehad.


Aanschaf door Nederland.

Toen Nederland overwoog om de AMX lichte tank aan te schaffen als vervanger van de M24 Chaffee tank, was de productie aangekomen bij de modificatiestand 2d. Dit was dus de modernste, meest verbeterde en complete versie. Ten opzichte van de 2c waren de verschillen onder andere de Messier-schokbrekers op de voorste en achterste loopwielen aan de buitenzijde van de romp en vier in plaats van twee toprollers om de rupsband daarvan vrij te houden, geen ki-gass pompje meer en een enkelvoudige droge platenkoppeling in plaats van de gecompliceerde en storingsgevoelige meervoudige droge platenkoppeling.


Beproeving van de AMX-voertuigen in Nederland 1960.

In september 1960 stelde de Franse overheid vijf AMX-voertuigen aan Nederland ter beschikking voor beproeving. Twee lichte tanks AMX 13 type 2d met 75 mm kanon, twee houwitsers AMX type 2c 105 mm en één personeelscarrier AMX VCI type 2d. Bij de beproeving voldeed het type 2d het beste.

Tijdens de ontwikkeling van de AMX kwam Rusland met de T54 tank. Het 75 mm kanon was ontwikkeld tegen de T34 maar kon de T54 niet aan. Andere munitiesoorten werkten onvoldoende. Ook een 90 mm schietbuis, die in dezelfde toren paste, gaf onvoldoende doorslagkracht. Fives Lille heeft daarom een nieuwe toren ontwikkeld, de FL12, waar een 105 mm kanon in paste. Deze toren was weliswaar nog amper uit de ontwikkelingsfase, maar al wel beschikbaar en had het door Nederland verlangde doorslagvermogen. Nederland koos daarom toch voor de AMX 13 type 2d met de FL12 toren met 105 mm kanon.

Vanwege logistieke gelijkheid en omdat er in die tijd nog niet veel anders op de markt was, koos Nederland ook voor de andere AMX-familievoertuigen. In 1961 bestelde Nederland de eerste serie van de AMX 13 familie. Met nabestellingen erbij kwam het totaal op 131 lichte tanks, 599 personeelscarriers, waarin ook begrepen commando-, vracht-, gewondentransport- en mortieruitvoeringen, 82 houwitsers 105 mm en 34 bergingsvoertuigen. In september 1962 werden de eerste voertuigen geleverd. Op 11 januari 1963 vond bij de opening van het Pantser Infanterie Rijopleidingscentrum (PIROC) in Veldhoven de officiële overdracht aan Cavalerie en Infanterie plaats.

AMX 13 lichte tank 105 mm Nederlandsi

AMX 13 Lichte Tank 105 mm (Lttk)

AMX 13 pantser rups infanterievoertuif

AMX Pantser Rups Infanterie (PRI)

AMX pantser rups artillerie houwitser 105 mm zelfrijdend

AMX Pantser Rups Artillerie 105 mm Houwitser (PRA)

AMX 13 Bergingstank

AMX Pantser Rups Berging (PRB)

De AMX en de Technische Dienst.

Soldaten sleutelen aan AMX-motor

Dienstplichtig soldaten van de Technische Dienst
voeren een “3-beurt” aan een AMX-motor uit.

De AMX-voertuigen kenden diverse zwakke punten waarvoor zij regelmatig in reparatie stonden bij de derde echelons TD-eenheid. Het loopwerk en de koppeling waren te zwak voor de voertuigen. Maar de meeste sleuteluren werden door de TD aan de motor besteed. Iedere 3.000 slagen op de slagenteller, hetgeen overeenkwam met ongeveer 100 draaiuren, moest de motor worden uitgebouwd voor een uitgebreide servicebeurt. Deze beurt werd 3-beurt of 100-uursbeurt genoemd.

Gebruik door Nederland:

Nederland kocht de AMX-voertuigen in 1961 in de uitvoering 2D, destijds de nieuwste uitvoering. Die had een enkelvoudige platenkoppeling gekregen. Maar deze koppeling bleek te zwak en gaf veel problemen met verbrande platen en kromgetrokken druk- en slijtplaten. Dat verbeterde wel toen men leerde hoe ermee te rijden. Niet rustig wegrijden, maar met een sprongetje vooruit. Anders verbrandde de koppeling.

Al snel na het begin van de instroming kwamen er bij het schieten met de lichte tank, scheuren in steunen in de toren. Dit werd gevaarlijk geacht en de instroming werd zelfs stilgelegd. Fabrieksteams kwamen ter plaatse de defecten herstellen en in de serieproductie werd een betere lasmethode ingevoerd. Men was bang dat de terugslag van het 105 mm kanon te zwaar was voor deze toren en hij daaronder zou bezwijken. De media spraken al van een fiasco. Maar na deze reparaties en het weer opstarten van de invoering, is dit probleem nooit meer teruggekeerd.

De AMX bleef wel een zorgenkind. De Technische Dienst heeft heel veel manuren moeten besteden om ze inzetbaar te houden. Aan het einde van de levensduur werden er voertuigen gekannibaliseerd, opgeofferd, om met onderdelen daarvan andere voertuigen aan het rijden te houden. De aflossing kwam niets te vroeg.

De AMX-voertuigen zijn gebruikt vanaf 1962. In 1978 begon de aflossing van de afgeleide versies door de YPR 765. De lichte tank bleef nog tot ver in de 1980’er jaren in gebruik.


Voor de motor en schietbuis, ga terug naar boven:
Naar boven



Technische gegevens:


Techniek icoonInzien.

PDF download icoonDownloaden.


Menu Rupsvoertuigen Niet In Collectie