Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.
Voertuigen niet in de collectie.
Van de AMX-familie heeft onze stichting geen voertuigen in de collectie. Wel kunt u daarvan componenten bezichtigen. In de rij met tankmotoren vindt u ook een AMX-motor en in de geschutshoek kunt u zelf een schietbuis van de AMX 13 lichte tank aan de binnenzijde inspecteren. De informatie daarover kunt u ook hier lezen:
AMX-motorAMX-Schietbuis 105 mm
Of u leest eerst hieronder verder over de ontwikkeling van de voertuigen
Ontwikkeling
De ontwikkeling van de AMX startte direct na de Tweede Wereldoorlog. Frankrijk bezat veel koloniën, onder andere Indochina, Madagaskar en Algerije. Die moesten worden beschermd en binnenlandse onlusten moesten worden bedwongen. Daarvoor wilden zij beschikken over snel inzetbare landmachteenheden die per transportvliegtuig konden worden ingevlogen. Hieruit ontstond het plan voor de ontwikkeling van een zelfrijdend antitankkanon dat met transporttoestellen als de
Net als Amerika had ook Frankrijk na de oorlog wetenschappers en ingenieurs uit Duitsland laten overkomen. De meesten werden ondergebracht in een kamp bij Vernon, dat onder andere het Arianeproject opleverde. Ingenieurs die het
Fives Lille in Givors, dat al eerder torens had ontwikkeld voor onder andere Panhard pantserwielvoertuigen, moest voor dit kanon een toren ontwerpen. Dat werd de FL10 met een vast ondergedeelte en een daarop scharnierend bovengedeelte met het kanon en een automatische lader. Een zogenaamde oscillerende toren.
Zoals gebruikelijk bij pantservoertuigen, had men problemen om binnen het gewicht te blijven. Het ontwikkelen duurde zolang dat de bedoelde vliegtuigen inmiddels uit de productie waren. Ook stelde men vast dat er nooit voldoende financiële middelen zouden zijn voor zo’n luchtmobiel leger. Men besloot dit ontwerp om te bouwen naar lichte tank. Een ontwikkelingsproject daarvoor had nog steeds niets opgeleverd.
De gewichtslimiet werd verhoogd naar 13 ton en na wat aanpassingen, waren er in 1950 twaalf prototypen gereed, die nu AMX 13 genoemd werden. Om van Amerika financiering te krijgen voor de serieproductie, moest het ontwerp daar goedgekeurd worden. Daarom werd van 26 oktober tot
Productie.
Eén van de voorwaarden voor de financiering was dat op zeer korte termijn met de productie zou worden begonnen. Daarom moest de in 1950 geplaatste order van 135 stuks ten behoeve van troepenbeproeving, de “Serie 1 tanks”, vrijwel onmiddellijk in productie gaan. Uitwerken van modificaties deed men tijdens de productie, waardoor steeds reeds geproduceerde voertuigen weer op de nieuwste stand moesten worden gebracht. De productie ging daardoor erg traag.
Pas in 1955 kon er in grotere aantallen geproduceerd worden. Dat werden de “Serie 2 tanks”. De modificaties die toen nog in de serieproductie invloeiden, werden in series van voertuigen gebundeld. Die series noemde men naar de modificatiestand 2a, 2b, 2c en 2d, waarbij 2d dus de modernste meest complete stand was.
De productie liep op meerdere lijnen. Het Atelier de Construction Roanne, (ARE),
Afgeleide voertuigen.
In 1955 ontwikkelde het ARE op basis van het 2d chassis een voertuig voor vervoer van een infanteriegroep van elf man. Dit was voorzien van een CAFL 38 torentje van de Compagnie des Ateliers et Forges de la Loire met daarin een 7,5 mm mitrailleur. Dit voertuig zouden wij later leren kennen als AMX Pantser Rups Infanterie (PRI). In 1957 werden de eerste serievoertuigen geproduceerd in
Van dit infanterievoertuig zijn daarna verschillende andere uitvoeringen gemaakt, zoals de gewondentransporter, vrachtvoertuig, mortiervoertuig, genievoertuig enzovoort. SFAC heeft de
Op basis van het 2d chassis werden ook afgeleide voertuigen met andere rompvormen ontwikkeld, zoals de 105 en 115 mm zelfrijdende houwitsers, het bergingsvoertuig en dergelijke. Al deze afgeleide versies waren een enorm exportsucces. Nederland heeft niet alle uitvoeringen in gebruik gehad.
Aanschaf door Nederland.
Toen Nederland overwoog om de
Beproeving van de
In september 1960 stelde de Franse overheid vijf
Tijdens de ontwikkeling van de AMX kwam Rusland met de T54 tank. Het
Vanwege logistieke gelijkheid en omdat er in die tijd nog niet veel anders op de markt was, koos Nederland ook voor de andere
De AMX en de Technische Dienst.
De
Gebruik door Nederland:
Nederland kocht de
Al snel na het begin van de instroming kwamen er bij het schieten met de lichte tank, scheuren in steunen in de toren. Dit werd gevaarlijk geacht en de instroming werd zelfs stilgelegd. Fabrieksteams kwamen ter plaatse de defecten herstellen en in de serieproductie werd een betere lasmethode ingevoerd. Men was bang dat de terugslag van het 105 mm kanon te zwaar was voor deze toren en hij daaronder zou bezwijken. De media spraken al van een fiasco. Maar na deze reparaties en het weer opstarten van de invoering, is dit probleem nooit meer teruggekeerd.
De AMX bleef wel een zorgenkind. De Technische Dienst heeft heel veel manuren moeten besteden om ze inzetbaar te houden. Aan het einde van de levensduur werden er voertuigen gekannibaliseerd, opgeofferd, om met onderdelen daarvan andere voertuigen aan het rijden te houden. De aflossing kwam niets te vroeg.
De
Voor de motor en schietbuis, ga terug naar boven:
Naar boven
Technische gegevens:
Menu Rupsvoertuigen Niet In Collectie








Inzien.
Downloaden.