Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.
De tank die als poortwachter voor ons museumpark staat, is een
De Sherman was in de Tweede Wereldoorlog de meest gebruikte tank. Maar om de Panther en Tiger-tanks effectief te bestrijden, bleek zijn
Deze tank is een ornament en heeft geen motor. Die 460 pk sterke
Ontwikkeling Sherman tank.
Na de Eerste Wereldoorlog zag Amerika de tank niet als een aanvalswapen maar als ondersteuning voor de infanterie. Een middelzware tank zou niet meer dan vijftien ton mogen wegen en een snelheid kunnen halen van 12 mijl, ongeveer 20 km per uur. Naast mitrailleurs zou hij een kanon tot maximaal 37 mm kunnen hebben. De commandant van de Infanterie zou een zware stem hebben in het ontwerp. Er werden nauwelijks fondsen beschikbaar gesteld, dus de ontwikkeling ging traag. In 1939 was men gekomen tot de middelzware tank M2A1 van 19 ton met een 37 mm kanon en negen
Bestudering van de gevechten met tanks van Duitsland in Polen en Frankrijk, deed echter anders besluiten. De opdracht werd gecanceld en het prototype van de
De M4 Sherman was een logisch vervolg op de M3 tank. Met het kanon van 75 mm als hoofdwapen in de toren, kon hij rondom vuur uitbrengen en was hij geschikt als aanvalstank. Door de beperkte draaibaarheid van het kanon in de M3, kon die slechts de infanterie ondersteunen. Toen Amerika op
Sherman productie.
M4A1-productie door Lima Locomotiv Works, Ohio, USA, 1942.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog 1.655 stuks hier geproduceerd.
Om de productie op te voeren moesten ook andere bedrijven daaraan deelnemen. In totaal hebben er meer dan tien bedrijven de tank gebouwd. Voornamelijk auto- en treinenfabrieken. Het prototype van de Sherman had een gegoten romp, maar veel bedrijven konden niet zo’n groot gietstuk maken. Daarom werden ze ook gemaakt van aan elkaar gelaste pantserplaten. Dat was minder sterk dan de gegoten romp, maar bood binnenin wel maar ruimte. Uiteindelijk werd alleen het model M4A1 geheel gegoten en de overige modellen geheel gelast. Behalve de M4 Composite, die had een gegoten voorzijde gelast aan een verder gelaste romp.
De toelevering van motoren kon deze grote aantallen niet bijhouden. Daarom werden er ook andere motoren toegepast dan de oorspronkelijke
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er ruim 49.000 Sherman tanks geproduceerd in alle verschillende uitvoeringen. Daarna nog ongeveer 6.000 stuks. Via het Lend-Lease programma, ging er veel militair materieel naar de geallieerden. Van de Sherman tanks ontving Rusland er ongeveer 4.000 en Groot-Brittannië ruim 17.000 stuks.
Sherman “Firefly”.
Het standaard 75 mm kanon van de Sherman tank kon de Duitse Panzer III en Panzer IV op geruime afstand doorboren. De latere Panzer V (Panther) kon op afstand alleen door de zijkant worden doorboord, de Panzer VI (Tiger) was bijna geheel onmogelijk. Alleen van zeer nabij. Amerika besloot daarom over te gaan op het krachtigere 76 mm kanon. Voor de Panther was dat voldoende, met de Tiger bleef men problemen houden. De Britten besloten hun“Firefly” productie.
Bij het
De kulas nam veel ruimte in. Om ruimte te winnen werd aan de achterzijde van de toren een gat gemaakt en een grote pantserkist aangelast waar de radio’s ingingen. Dit diende tevens als contragewicht voor de langere schietbuis. Door het grote kanon, kon de lader er niet meer langs om via het enige luik in de toren, bij de commandant, in en uit te stappen. Voor hem moest een extra luik in het torendak gemaakt worden.
De granaten waren beduidend groter dan die voor het
De Britten gebruikten aanvankelijk de Sherman M4A4 met de Chrysler A57 Multibankmotor voor de inbouw van het
Met alleen de M4A4 haalden zij onvoldoende aantallen. Daarom werden ook de M4 (geheel gelast) en de M4 Composite (gegoten front aan gelaste romp) gebruikt. Voordeel van de Composite was, dat hij geleverd werd met grotere luiken voor chauffeur en boegschutter wat goed van pas kwam voor het opbergen van de grote granaten op de boegschuttersplaats. Later kwam hij ook met een extra luik in de toren, zodat zij dat niet meer zelf moesten aanbrengen wat tijd en kosten spaarde. Daarom hadden zij voorkeur voor de Composite.
Van de ruim 2.100 stuks die er gemaakt zijn, is ongeveer de helft gemaakt van een M4A4 en de andere helft van een M4 Composite. Van de geheel gelaste M4 zijn er maar een beperkt aantal gemaakt. Daarom zijn er ook weinig foto's van te vinden.
De ombouw begon begin 1944 en voor
Britse modelbenamingen.
Engeland hanteerde voor de Sherman tanks niet de Amerikaanse modelaanduiding, maar, net zoals bij de Duitse tanks, een Romeinse nummering: Sherman I voor de M4, Sherman I Hybrid voor de M4 Composite, Sherman II voor de M4A1, Sherman III voor M4A2 enzovoort. Daar voegden zij zo nodig een letter aan toe om een modificatie aan te geven: A = 76 mm kanon, B = 105 mm houwitser, C =
Een Sherman met 17-ponder kanon kreeg de bijnaam “Firefly”, vuurvlieg. Dit vanwege de felle mondingsvlam die commandant en schutter zo verblindde dat ze niet konden waarnemen of het doel getroffen was. In algemeen spraakgebruik wordt die naam werd bijna altijd toegevoegd, maar de officiële Engelse benaming beperkt zich tot het Sherman-nummer en de modificatieletter “C”.
Alle “Fireflies” zijn te herkennen aan hun extra lange schietbuis met eivormige mondingsrem. Er zijn drie verschillende types “Firefly” te onderscheiden:
Sherman IC,
gemaakt van een Sherman M4: geheel gelaste romp, gaatje achter in romp voor aanzetslinger van stermotor, normaal loopwerk, luchtrooster in achterdek direct achter toren met pantserplaat afgedekt;
Sherman IC Hybrid,
gemaakt van een Sherman M4 Composite: gegoten voorfront aan gelaste romp, verder identiek aan de Sherman IC.
Sherman VC,
gemaakt van een Sherman M4A4: geheel gelaste, verlengde romp, grotere ruimte tussen de loopwielparen (bogies), uitstulping op achterdek, achterwand van de romp verder naar beneden doorgetrokken en zonder gaatje voor aanzetslinger.
De Amerikaanse modelnummers blijven in de benaming van de Engelse tanks achterwege.
Het beste herkent men de tanks schuin van achteren.
Gebruik door Nederland.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland veel militair materieel van Canada overgenomen. Daaronder waren ruim 180 Sherman tanks in verschillende uitvoeringen, ook Sherman “Fireflies”. Aantallen per type zijn niet te achterhalen, maar bronnen spreken van 57 stuks “Firefly”. De tanks hadden veel geleden van de oorlog en waren in de vijftiger jaren geheel versleten. Hun aflossing begon in 1953 met de komst van de Centurion.
Technische gegevens Sherman IC “Firefly”:
Naar Hoofdmenu















Inzien.
Downloaden.