vlag shcrtt TD kraagspiegel

Stichting Historische Collectie Regiment Technische Troepen

Datum vandaag:

SHCRTT

Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.

Sherman 1C Hybrid Fyrefly

Sherman IC Hybrid “Firefly”.
Poortwachter museumpark.

Sherman tanks over Waalbrug Nijmegen 21091944

21 september 1944. Sherman tanks rollen over de Waalbrug bij Nijmegen.
Voorop een Sherman VC “Firefly”.

De tank die als poortwachter voor ons museumpark staat, is een Sherman IC Hybrid “Firefly”, één van de tanks die in 1944 - 45 voor onze bevrijding door Nederland rolden. Na de oorlog heeft Nederland er een aantal overgenomen voor gebruik door de KL.

De Sherman was in de Tweede Wereldoorlog de meest gebruikte tank. Maar om de Panther en Tiger-tanks effectief te bestrijden, bleek zijn 75 mm kanon te zwak. Amerika ging over tot het plaatsen van een krachtiger 76 mm kanon. Engeland gebruikte hiervoor hun 17-ponder antitankkanon dat nog effectiever was. Een daarmee uitgeruste Sherman kon op ruime afstand het voorpantser van een Tiger doorboren. Zij noemden hem “Firefly”. Men zegt vanwege de felle mondingsvlam van het kanon die commandant en schutter verblindde.

Sherman tank motor

Motor “Firefly”
in museum.

Deze tank is een ornament en heeft geen motor. Die 460 pk sterke Continental R975 C4 negencilinder stermotor, kunt u wel bezichtigen in ons museum in gebouw V15. Lees hier over de motor:

Naar beschrijving motor

Ontwikkeling Sherman tank.

Sherman tanks over Waalbrug Nijmegen 21091944

M2A1 Medium Tank

Sherman tanks over Waalbrug Nijmegen 21091944

M3 Lee Medium Tank

Na de Eerste Wereldoorlog zag Amerika de tank niet als een aanvalswapen maar als ondersteuning voor de infanterie. Een middelzware tank zou niet meer dan vijftien ton mogen wegen en een snelheid kunnen halen van 12 mijl, ongeveer 20  km per uur. Naast mitrailleurs zou hij een kanon tot maximaal 37 mm kunnen hebben. De commandant van de Infanterie zou een zware stem hebben in het ontwerp. Er werden nauwelijks fondsen beschikbaar gesteld, dus de ontwikkeling ging traag. In 1939 was men gekomen tot de middelzware tank M2A1 van 19 ton met een 37 mm kanon en negen .30 inch (7,62 mm) mitrailleurs. In 1940 kreeg Chrysler opdracht om er 1.000 stuks te bouwen in de Detroit Tank Arsenal.

Bestudering van de gevechten met tanks van Duitsland in Polen en Frankrijk, deed echter anders besluiten. De opdracht werd gecanceld en het prototype van de M3 General Lee, een tank van 27 ton met een 37 mm kanon in een torentje, daarbovenop een 30 inch mitrailleur in een cupola en een 75 mm kanon als hoofwapen in een sponson rechtsvoor, moest versneld uitontwikkeld worden en in productie gaan. Eind 1940 begon de productie waarvan de Britten er al 3.650 stuks hadden besteld. Zij hadden een iets andere uitvoering van het torentje en noemden hem General Grant. Eind 1941 waren de eerste gereed en in mei 1942 werden ze voor het eerst operationeel ingezet in Noord-Afrika.

Sherman tanks over Waalbrug Nijmegen 21091944

M4A1 Sherman Medium Tank
Vroeg productiemodel.

De M4 Sherman was een logisch vervolg op de M3 tank. Met het kanon van 75 mm als hoofdwapen in de toren, kon hij rondom vuur uitbrengen en was hij geschikt als aanvalstank. Door de beperkte draaibaarheid van het kanon in de M3, kon die slechts de infanterie ondersteunen. Toen Amerika op 7 december 1941 door de aanval van Japan op de marinebasis Pearl Harbour, rechtstreeks zelf in de Tweede Wereldoorlog werd betrokken, moest de M4 Sherman versneld door Detroit Tank Arsenal in productie worden genomen.



Sherman productie.

Detroit Tank Arsenal productie M4 Sherman tanks Tweede Wereldoorlog

M4A1-productie door Lima Locomotiv Works, Ohio, USA, 1942.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog 1.655 stuks hier geproduceerd.

Om de productie op te voeren moesten ook andere bedrijven daaraan deelnemen. In totaal hebben er meer dan tien bedrijven de tank gebouwd. Voornamelijk auto- en treinenfabrieken. Het prototype van de Sherman had een gegoten romp, maar veel bedrijven konden niet zo’n groot gietstuk maken. Daarom werden ze ook gemaakt van aan elkaar gelaste pantserplaten. Dat was minder sterk dan de gegoten romp, maar bood binnenin wel maar ruimte. Uiteindelijk werd alleen het model M4A1 geheel gegoten en de overige modellen geheel gelast. Behalve de M4 Composite, die had een gegoten voorzijde gelast aan een verder gelaste romp.

De toelevering van motoren kon deze grote aantallen niet bijhouden. Daarom werden er ook andere motoren toegepast dan de oorspronkelijke Continental R975 C1 stermotor. Sommige motoren, zoals de Chrysler A57 Multibank, waren zo groot dat de romp moest worden aangepast. Met het veranderen van motor, veranderde het modelnummer. Zo ontstond tijdens de productie een veelheid aan modellen en uitvoeringen. In het internet vindt u diverse sites die deze modellen toelichten. Voor deze pagina voert dat te ver.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er ruim 49.000 Sherman tanks geproduceerd in alle verschillende uitvoeringen. Daarna nog ongeveer 6.000 stuks. Via het Lend-Lease programma, ging er veel militair materieel naar de geallieerden. Van de Sherman tanks ontving Rusland er ongeveer 4.000 en Groot-Brittannië ruim 17.000 stuks.

Sherman “Firefly”.

17 ponder anti-tank kanon, RCOC Museum, Montreal, Quebec, Canada

17 ponder anti-tank kanon
Royal Canadian Ordnance Corps-Museum,
Montreal, Quebec, Canada.

Het standaard 75 mm kanon van de Sherman tank kon de Duitse Panzer III en Panzer IV op geruime afstand doorboren. De latere Panzer V (Panther) kon op afstand alleen door de zijkant worden doorboord, de Panzer VI (Tiger) was bijna geheel onmogelijk. Alleen van zeer nabij. Amerika besloot daarom over te gaan op het krachtigere 76 mm kanon. Voor de Panther was dat voldoende, met de Tiger bleef men problemen houden. De Britten besloten hun 17-ponder anti-tank kanon, kaliber 76,2 mm, in de Sherman te gebruiken. Dat was nog krachtiger dan het Amerikaanse 76 mm kanon en kon wel op geruime afstand het front van de Tiger doorboren. Shermans daarmee uitgerust werden ook wel “Firefly” genoemd. Later in de oorlog loste Amerika hun probleem op met de invoering van de M26 Pershing met een 90 mm kanon. Die had ook als voordeel, dat hij een veel betere pantsering had dan de Sherman.

“Firefly” productie.

Bij het 17-ponder antitankkanon opent de afsluiter omhoog. In een tanktoren kan dat niet, dus werd het kanon op zijn linkerzijde gedraaid. De terugslag van één meter past ook niet in de Sherman-toren, dus werd de rem- en vooruitbrenginrichting aangepast. Een groot deel van de terugslag werd echter opgevangen door de tank zelf, wat voor de bemanning niet prettig was.

De kulas nam veel ruimte in. Om ruimte te winnen werd aan de achterzijde van de toren een gat gemaakt en een grote pantserkist aangelast waar de radio’s ingingen. Dit diende tevens als contragewicht voor de langere schietbuis. Door het grote kanon, kon de lader er niet meer langs om via het enige luik in de toren, bij de commandant, in en uit te stappen. Voor hem moest een extra luik in het torendak gemaakt worden.

17 ponder granaten laden in een Sherman Firefly operatie Totalize

17-ponder granaten laden.
Operatie Totalize, Normandië, 6 -10 augustus 1944.

De granaten waren beduidend groter dan die voor het 75 mm kanon. Er pasten er dus minder in. Om dat aantal te vergroten, werd de boegschutter/hulpchauffeur, rechts naast de chauffeur, opgeofferd. Die ruimte werd gebruikt als extra bergruimte voor de granaten. Zo konden er 77 granaten meegevoerd worden. Nadeel was dat ze alleen buitenom naar de toren verplaatst konden worden. De boegmitrailleur kwam hierdoor te vervallen. Het gat werd afgedicht met pantserplaten.

De Britten gebruikten aanvankelijk de Sherman M4A4 met de Chrysler A57 Multibankmotor voor de inbouw van het 17-ponder kanon. Dat waren vijf in stervorm aan elkaar gemonteerde zescilinder automotoren. Die was zo groot dat de romp moest worden verlengd. Je herkent hem gemakkelijk aan de ruimte tussen de loopwielparen (bogies) die duidelijk groter is dan bij de andere modellen.

Met alleen de M4A4 haalden zij onvoldoende aantallen. Daarom werden ook de M4 (geheel gelast) en de M4 Composite (gegoten front aan gelaste romp) gebruikt. Voordeel van de Composite was, dat hij geleverd werd met grotere luiken voor chauffeur en boegschutter wat goed van pas kwam voor het opbergen van de grote granaten op de boegschuttersplaats. Later kwam hij ook met een extra luik in de toren, zodat zij dat niet meer zelf moesten aanbrengen wat tijd en kosten spaarde. Daarom hadden zij voorkeur voor de Composite.

Van de ruim 2.100 stuks die er gemaakt zijn, is ongeveer de helft gemaakt van een M4A4 en de andere helft van een M4 Composite. Van de geheel gelaste M4 zijn er maar een beperkt aantal gemaakt. Daarom zijn er ook weinig foto's van te vinden.

De ombouw begon begin 1944 en voor D-day waren er ruim 340 afgeleverd. De productie ging versneld verder en aan het eind van de oorlog waren er meer dan 2.000 stuks ingezet. Canada en Amerika hebben nog wat 17-ponders in Shermans ingebouwd, maar die zijn nooit in Europa ingezet geweest.

Britse modelbenamingen.


Sherman IC Hybrid Firefly in 2e Voertuigenpark, Stroe, 194

Sherman IC Hybrid “Firefly”
2e Voertuigenpark, Stroe, 1947

Engeland hanteerde voor de Sherman tanks niet de Amerikaanse modelaanduiding, maar, net zoals bij de Duitse tanks, een Romeinse nummering: Sherman I voor de M4, Sherman I Hybrid voor de M4 Composite, Sherman II voor de M4A1, Sherman III voor M4A2 enzovoort. Daar voegden zij zo nodig een letter aan toe om een modificatie aan te geven: A = 76 mm kanon, B = 105 mm houwitser, C = 17-ponder kanon en Y = bredere rupsband en horizontaal i.p.v. verticaal veersysteem. De Y kon ook voor komen in combinatie met één van de andere letters.

Een Sherman met 17-ponder kanon kreeg de bijnaam “Firefly”, vuurvlieg. Dit vanwege de felle mondingsvlam die commandant en schutter zo verblindde dat ze niet konden waarnemen of het doel getroffen was. In algemeen spraakgebruik wordt die naam werd bijna altijd toegevoegd, maar de officiële Engelse benaming beperkt zich tot het Sherman-nummer en de modificatieletter “C”.


Alle “Fireflies” zijn te herkennen aan hun extra lange schietbuis met eivormige mondingsrem. Er zijn drie verschillende types “Firefly” te onderscheiden:

Sherman IC,
gemaakt van een Sherman M4: geheel gelaste romp, gaatje achter in romp voor aanzetslinger van stermotor, normaal loopwerk, luchtrooster in achterdek direct achter toren met pantserplaat afgedekt;

Sherman IC Hybrid,
gemaakt van een Sherman M4 Composite: gegoten voorfront aan gelaste romp, verder identiek aan de Sherman IC.

Sherman VC,
gemaakt van een Sherman M4A4: geheel gelaste, verlengde romp, grotere ruimte tussen de loopwielparen (bogies), uitstulping op achterdek, achterwand van de romp verder naar beneden doorgetrokken en zonder gaatje voor aanzetslinger.

De Amerikaanse modelnummers blijven in de benaming van de Engelse tanks achterwege.

Het beste herkent men de tanks schuin van achteren.

Challenger tank in museum Overloon

Sherman IC. Leeuwarden april 1945.
Gelaste romp, normaal loopwerk.

Comet 2 in Tank Museum Bovington

Sherman IC Hybrid. Poortwachter museumpark.
Voorzijde gegoten, gelaste romp.

Charioteer tank in Tank Musuem Bovington

Sherman VC. Tankmuseum Bovington.
Gelaste romp, ruimte tussen loopwielparen.

Charioteer tank in Tank Musuem Bovington

Sherman IC. Groningen april 1945.
Gelaste romp, gaatje voor aanzetslinger.

Charioteer tank in Tank Musuem Bovington

Sherman IC Hybrid. Poortwachter museumpark.
Gaatje voor slinger, luchtrooster achterdek met plaat.

Charioteer tank in Tank Musuem Bovington

Sherman VC. Tankmuseum Bovington.
Ruimte tussen loopwielparen, uitstulping achterdek.

Gebruik door Nederland.

Sherman VC Firefly, Stormschool Bloemendaal, 26 augustus 1947.

Sherman VC “Firefly”.
Stormschool Bloemendaal, 26 augustus 1947.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland veel militair materieel van Canada overgenomen. Daaronder waren ruim 180 Sherman tanks in verschillende uitvoeringen, ook Sherman “Fireflies”. Aantallen per type zijn niet te achterhalen, maar bronnen spreken van 57 stuks “Firefly”. De tanks hadden veel geleden van de oorlog en waren in de vijftiger jaren geheel versleten. Hun aflossing begon in 1953 met de komst van de Centurion.

Technische gegevens Sherman IC “Firefly”:


Techniek icoonInzien.

PDF download icoonDownloaden.



Naar Hoofdmenu