Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.
Ontwikkeling
Zoals alle autofabrikanten in Amerika, had ook Willys Overland na de beurskrach van 1928 te lijden onder weinig vraag. Hun model 37, een modern ogende, goedkope vijfpersoonsauto met een krachtige motor, bracht weer wat succes. Doorontwikkeld tot de modellen 441 en 442, uit respectievelijk 1941 en 1942, verkochten zij goed. Uit patriotisme werden die modellen, naar de geest van die tijd, “Americar” genoemd.
In die tijd kreeg Willys Overland het verzoek van het Amerikaanse Ministerie van Defensie om een prototype kwart ton vierwiel aangedreven terreinvoertuig te leveren, naar het voorbeeld dat American Bantam had ingediend. Dat prototype werd de Willys Quad. Zij gebruikten hiervoor de inmiddels tot 60 pk ontwikkelde viercilinder motor uit de Americar. Die motor werd “Go Devil” genoemd. Ook Ford had het verzoek gekregen en bouwde de Pygmy als prototype. Het bleek niet mogelijk om binnen de gewichtslimiet van 590 kg te blijven, maar ondanks dat zij de zwaardere auto hadden, kwam de Quad van Willys met de sterkere motor toch het beste uit de tests.
Vooral vanwege de sterke motor met zijn voor die tijd groot koppel van 142 Nm, werd gekozen voor de Quad. Willys Overland kreeg de opdracht voor de serieproductie. Om de gewenst productiecijfers te halen, werd ook Ford erbij betrokken, maar zij moesten een identiek voertuig leveren waarvan de onderdelen uitwisselbaar waren, inclusief de Go Devil-motor. Een jeep uit de productie van Willys vindt u in onze expositie.
Beschrijving.
De motor is een 2.2 liter benzinemotor met een drie keer gelagerde krukas. Zowel het blok als de kop zijn van gietijzer. Hij heeft de kleppen in het blok, parallel aan de cilinders, een zo genaamde zijklepper. Daardoor heeft hij een hele vlakke kop, waardoor zulke motoren ook wel “flatheads” genoemd worden.
De motor heeft een extreem lange slag ten opzichte van zijn boring: 111,1 mm slag, 79,4 mm boring. Moderne motoren hebben meestal de slag even groot als, of kleiner dan de boring. Initieel leverde deze motor 60 pk, later tot wel 68 pk. Het verbruik in de jeep lag op de weg rond de tien liter benzine per kilometer.
De Willys-motor op bok in ons museum heeft een cilinderkop zoals toegepast voor de Jeep M38 die van 1950 tot 1952 als opvolger van de Willys MB werd gebouwd. Hierin werd de "Go-Devil"-motor zwaarder belast. Om scheuren tegen te gaan, zijn er verstevigingsribben toegevoegd aan de cilinderkop. Die zijn bovenop goed zichtbaar. Die kop was overigens uitwisselbaar met alle "Go-Devil"-motoren.Productie.
De motoren voor de jeeps werden door zowel Willys Overland als Ford geproduceerd. Ieder met hun eigen gietstempels erin, maar wel alle onderdelen uitwisselbaar.
Van de Willys- en Ford-jeeps zijn er tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog meer dan 600.000 stuks geproduceerd. Willys heeft dezelfde motor ook toegepast in hun productie van de jeeps
Gebruik door Nederland.
Nederland heeft na de tweede wereldoorlog een groot aantal Willys- en
Het museumvoertuig is bij de bevrijding met de Prinses Irenebrigade meegekomen naar Nederland.
Vanaf 1955 werden de Willys- en
Technische gegevens:
Voor informatie over Willys MB-jeep in ons museum:
Naar Willys MB-jeep
Of zie meer wielvoertuigmotoren:
Menu Wielvoertuigmotoren






Inzien.
Downloaden.