Door erop te klikken kunt u van alle foto’s op deze pagina een grotere versie zien.
Takelen en heffen.
Bij onderhoudswerkzaamheden aan grotere uitrustingsstukken, zoals voertuigen en kanonnen, is er altijd behoefte geweest aan hijs- en hefmiddelen. Alles wat te zwaar of te gevaarlijk is om door een monteur te worden getild, wordt met een hijs- of hefmiddel omhoog of omlaag bewogen. Dat kunnen componenten zijn die in- of uitgebouwd moeten worden tot complete voertuigen die met behulp van een kraan verplaatst moeten worden. Zie bijvoorbeeld de foto uit 1968 waarop de romp van een Centuriontank wordt verplaatst bij 574 Tankwerkplaats in Leusden. Ook voor het nieuwe Technologiecentrum Land (TCL) dat op het terrein van de voormalige tankwerkplaats wordt gebouwd, zijn bovenloopkranen voorzien. Oplevering verwacht in 2028.
Takels en kranen.
In grotere, vaste werkplaatsen is meestal een bovenloopkraan aanwezig, ook wel loopkat genoemd. Die kan vrijwel de gehele oppervlakte van de werkplaats bereiken. Voor werkplaatsen waar dit niet het geval is, kan worden gewerkt met losse kranen, in allerlei gewichtsklassen en uitvoeringen. Dat kan bijvoorbeeld met een portaalkraan, die over het voertuig past en zo het gehele oppervlak van het voertuig kan bereiken. Daaraan wordt dan een hand- of elektrische takel gehangen. Daarmee kunnen motoren of complete krachtbronnen uit en in een voertuig getakeld worden. Componenten aan de onderzijde van het voertuig, zoals versnellingsbakken of reductiebakken, kunnen daarmee meestal niet worden getakeld zonder veel van het voertuig te moeten demonteren. Daarvoor is dan weer een versnellingsbakkrik voor beschikbaar. Dat is een gewone krik met een aangepast hefplateau waarop het component veilig geplaatst kan worden.
Werkplaatskraan.
Een compactere kraan dan de portaalkraan, is de werkplaatskraan, waarvan de benen onder het voertuig rollen. Dat is het geval met de in ons museum tentoongestelde kraan. De benen van de werkplaatskraan passen tussen de wielen van de voertuigen waarvoor hij bedoeld was, de DAF-vrachtauto’s uit de 1950’er jaren. Hij is voorzien van een niet verlengbare boom van 110 cm met een vaste haak. De boom kan door middel van een kabel omhoog en omlaag worden bewogen. De kabel loopt op een trommel die met een handslinger met een tandwielvertraging kan worden bediend. De boom loopt daarbij op rollen die steunen op de buizen van de kraanmast. Hij heeft een hijscapaciteit van maximaal 1.000 kg. De hijshoogte is beperkt, maar voldoende voor het uitbouwen van de krachtbron van de DAF-voertuigen. Zie de tekening uit een DAF-folder hierboven, waar de krachtbron uit een YA 328 wordt getakeld.
Te velde, als een werkplaats mobiel is, kunnen portaal en werkplaatskranen alleen gebruikt worden op een harde ondergrond. Maar dan hebben meestal de bij de hersteleenheid ingedeelde takelauto's voldoende ruimte om die klus uit te voeren. Dit soort kranen werden dan ook voornamelijk in de vredeslocatie gebruikt.
Producent GEDI.
De kraan in ons museum is een GEDI, wat staat voor
Moderne werkplaatskranen.
Nog altijd zijn er werkplaatskranen in gebruik. Maar dan wel de modernere uitvoering waarbij de hijsboom hydraulisch wordt bewogen en in veel gevallen verstelbaar is in lengte. Zie de voorbeeldfoto's hier beneden. Er zijn er ook waarbij de benen parallel staan op een afstand zodanig dat hij over een Europallet gebruikt kan worden.
Terug naar:
Menu Werkplaatsuitrusting
















